
[tekst carine damen fotografie thijs wolzak]
erwin van zoelen (27)
controleur in een tricotagebedrijf
in Cuijk
passie dieren opzetten
'Mijn vader spaarde al schedels en nam alle dode dieren die hij vond mee naar huis. Op een keer ben ik een dode kraai gaan uitkoken, maar ik wist niet precies hoe dat moest. Van het natuurmuseum in Nijmegen hoorde ik dat er strenge wetten bestaan voor de preparatie van dieren. Vogels vallen bijvoorbeeld bijna allemaal onder de Vogelwet. Alleen kooivogels en onbeschermde dieren mogen worden opgezet, zoals fazanten, kraaien en wilde eenden. Voor het opzetten van beschermde dieren moet je een vergunning hebben. Maar daar zijn er maar tachtig van, terwijl Nederland zo'n honderdzestig preparateurs telt. Ik sta dus op de wachtlijst tot een vergunninghouder overlijdt. Ik houd van de natuur en ben dol op kijken naar dieren. Het is toch zonde om een mooi beestje dat gestorven is te laten wegrotten? Bovendien kun je veel dieren niet zien als ze nog leven. Wie heeft ooit een koekoek gezien? Eenmaal opgezet zie je hoe mooi hij is. Ik kan me voorstellen dat mensen dat prepareren eng vinden, maar dat is het niet. Wel raad ik iedereen af zijn dode huisier op te laten zetten. Een opgezette hond rent nooit meer, hij kijkt je nooit meer zo lief aan. Hij blijft dood. Het is geen oplossing als je geen afscheid van je huisdier kan nemen. Ik ken een meisje dat al vijf jaar haar dode hond in de diepvries heeft, zodat ze hem af en toe nog kan aaien. Ik heb geweigerd dat beest op te zetten. In het begin vond ik het smerig. Al dat bloed. Nu heb ik er geen last meer van, je groeit erin. Veren zijn zo mooi, je hebt niet het idee dat je met iets doods bezig bent. eerst snijd je de buik open, dan haal je heel voorzichtig alle ingewanden eruit. Dat is niet moeilijk, het zit als een pakketje in de ribbenkast. Bij een zoogdier stroop je de huid er helemaal af. Ook dat gaat makkelijk, de huid ligt heel los over de botten, je trekt hem uit als een jas. Daarna moet je hem in water, aluin en zout dompelen. Dat is huid looien. Vervolgens föhn ik de huid droog en trek ik hem over een bolletje houtwol in de vorm van het lijfje. Daarna naai ik hem dicht. Bij vogels doe ik ijzerdraad in de nek en poten. De ingewanden gooi ik in de Kliko. Omdat ik geen vergunning heb en dus weinig mag prepareren, concentreer ik me op schedels en skeletten. die stop ik met een handje wasmiddel in de broedstoof op 36 graden, waardoor het rottingsproces heel snel gaat. Dat wasmiddel vreet het vlees op. Als je de deksel opent, zie je alleen nog maar een drabje. Het stinkt wel heel erg. Daarna bleek je de botten met waterstofperoxide. Het weer in elkaar zetten van zo’n geraamte is als het maken van een driedimensionale puzzel. Je ziet zo'n beest als het ware weer tot leven komen. Een dier dat gedood is om opgezet te worden zou ik absoluut weigeren. Dat vind ik heel erg. Ik ben er ook zwaar tegen dat dieren in kooien worden gehouden. Per week prepareer ik zo'n zestien schedels en zet ik drie dieren op. Elke maand komt er wel iemand met een papegaai aan de deur. Verder krijgt het natuurmuseum vaak verkeersslachtoffers binnen. Voor een tandarts heb ik eens een mensenschedel met tanden opgesnord. Die prepareer ik zelf niet hoor, maar ik weet waar ze te koop zijn. Ik heb er zelf ook een, gekocht van een gravenruimer. Het is de kop van een non met gave, witte tanden. Zo'n mooie schedel kost toch algauw zestienhonderd gulden. Hier in de huiskamer heb ik een opengesneden rat op sterkwater staan. Luguber? Iedereen wil altijd weten hoe de ingewanden eruitzien.'